“Je hebt een beschermengel bij je,” zei de man met de grijze baard.
Hij staat op de rommelmarkt met tweedehands boeken en wierrook.
Boeken over astrologie, reïncarnatie, en de psyché.
“Waar is’tie dan,” vroeg ik terwijl ik de man strak aan keek.
Ik ben afwachtend en benieuwd waar dit naartoe leidt.
“Hij zit op je schouder. Ik weet niet wie het is, maar er wordt over je gewaakt.”
Zonder erbij na te denken kijk ik naar m’n rechterschouder.
Gedachten over tante Annie en opa Wilco komen voorbij.
Ik kijk weer naar baardmans.
“Je zit goed in je vel. Je bent uit een diep dal gekomen en nu gaat het je goed. Je ogen zeggen het me,” vervolgt de man zijn analyse van mij.
Ik glimlach, terwijl ik in mijn handen een paar pakjes wierrook vasthoudt.
“Patchouli en Rose zijn mijn favoriet,” zegt hij wijzend naar de wierrook.
Ik ruik aan beide en ook een derde geur: ‘Nepal Flower’.
“Deze heeft mijn voorkeur,” zeg ik, de derde optie omhooghoudend.
Hij haalt zijn schouders op.
De kartonnetjes van de meeste pakjes zitten los en de plasticjes waar de stokjes inzitten zijn gescheurd.
“Ze zijn oud,” zeg ik.
“De geur gaat niet verloren,” antwoord hij.
“Wat vraag je ervoor?”
“een euro.”
“Twee voor éen vijftig?”
“Drie voor tweevijftig.”
Ik knik, “ok, drie graag”.
Ik loop verder naar de boeken waar mijn oog valt op ‘Er is nooit een morgen’ van Henk de Velde. Zonder te lezen weet ik dat ik deze wil hebben.
Ik heb hem namelijk weleens gegoogeld.
Henk.
De verhalen van deze zeezeiler maken me nieuwsgierig. Voor vier euro neem ik het boekje mee om in m’n vakantie volgende week te lezen.
Ik kijk verder tussen de boeken. “Wat zoek je,” vraagt de man met grijze baard.
“Vorige week heb ik een boek over reïncarnatie bij je gekocht. Het is nu wat rustiger bij je kraam dus wil even kijken wat je nog meer hebt. Boeken van Jung misschien,” eindig ik mijn zin.
De man begint te vertellen over vorige levens, olifanten, zijn vrouw.
Zijn reis.
Hij vraagt waar ik weg kom en lacht bij het horen van de naam van mijn dorp.
“Ik kom uit Tiendeveen,” zegt hij “en heb familie in Nieuw-Balinge, maar dat zijn schreeuwerds.”
We raken aan de praat over de mensen uit de buurdorpen, over de ongeziene wereld en over trekkers. Over mijn vakantie met de huifkar die voor de deur staat.
“Lees dit boek maar als je op de bok zit,” hij drukt ‘Het nieuwe tijdsdenken’ van Hans Stolp in mijn handen. “lees het maar, je hoeft niet te betalen en wanneer je terugkomt dan weet ik zeker dat je meer van hem wilt lezen. Onze paden gaan elkaar vaker kruisen,” eindigt hij zelfverzekerd, terwijl hij wegdraait om een vraag van een volgende kraambezoeker te beantwoorden.

