Iedere week krijg ik reacties van jullie.
De een stuurt foto’s van zijn hond op het meditatiebankje sinds de ontdekking dat dat bankje “Bart’s bankje” is uit een column van juni 2024.
Een ander laat me weten ook een zigeunerhart te hebben,
Of te genieten vanuit het “verre” België van de wekelijkse Drentse kroniekjes,
Sommigen van jullie vertellen me herkenning te vinden in wat ik deel,
Het met me eens te zijn,
Of oneens,
Geven het gras een stem,
Sturen me hartjes, duimpjes, smilys.
En laten me weten dat ik een vast onderdeel ben van de zondagochtend routine.
Het is altijd leuk om terug te krijgen hoe mijn schrijven ontvangen wordt.
Dankjewel 🙏🏼
Er is er echter maar één die me steevast iedere week van een reactie voorziet.
En over haar wil ik het even hebben.
Over haar en mij.
Vanaf dat ik geboren werd namelijk, tot ongeveer m’n vijftiende, zijn er niet veel dagen geweest dat ik haar niet heb gezien. Ze stopte me in. Kookte de maaltijden. Dekte de tafel. Deed het huishouden. Probeerde mij daarin ook wat bij te brengen. Wachtte uit school op me met een fruitbordje. Ging samen met mij m’n eerste behaatje shoppen.
Vervolgens heb ik me tot aan m’n achtentwintigste ongeveer tegen haar afgezet.
Zoals een “goed” dochter betaamd.
Ik wilde mijn eigen weg banen en wist haar wel te vinden wanneer dat even niet lukte.
Om haar als reden aan te wijzen in waarom het niet lukte.
Toen ik zelf steeds meer verantwoordelijkheden op me ging nemen in het volwassen leven -en ik heb dat héél lang geprobeerd uit te stellen- begon mijn reis terug naar haar.
Om te ontdekken dat de appel niet ver van de boom valt.
Dat we elkaar hebben uitgekozen in dit leven, omdat we elkaar iets kunnen bieden.
Een les.
Of iets kunnen brengen.
Een ontwikkeling.
Het voelt rijk dat ik haar mag leren kennen voorbij de moederrol die ze in mijn leven heeft.
Dat ze me vertelt over vroeger en me daarmee ook kennis met haar laat maken als dochter, kleindochter, schoondochter, zusje, vriendin, als vrouw van m’n vader, als jonge moeder.
En verdorie wat voelt het toch kwetsbaar om haar echt helemaal toe te laten.
Terwijl ze dé persoon is die het dichts bij me staat.
Ik heb negen maanden in haar baarmoeder gewoond.
Haar borsten leeggedronken.
Intiemer wordt het niet.
Deze week las ik het boek “de tweede helft van je leven”. Susan Smit herinnerde me eraan dat de mate van zelfliefde die een vrouw ervaart bepaald wordt door de band met haar moeder.
Voor de oplettende lezer…
….zelfliefde is “mijn woord” voor 2025.
En nu een derde van dit jaar er inmiddels op zit, kom ik tot de ontdekking hoe ik gegroeid ben in het liefhebben van mezelf. En daarmee dus ook in het toelaten van m’n moeder.
En dat ik in de stukken die ik tegenkom en zelfliefde verdienen, haar gereflecteerd zie.
Daar is niemand schuldig aan trouwens.
Tegelijkertijd zit daar wel een les in die geleerd wil worden.
Een ontwikkeling die gemaakt wil worden.
In mij.
Misschien ook wel in haar.
En in onze vrouwenlijn.
Wat een reis mama!
Jij bent -nog steeds- de enige juiste moeder voor mij.

