Dezelfde sterrenhemel

De hemel is kraakhelder. Er zijn veel meer sterren dan ik kan tellen. Het is een avond waar de sterren zich in volle glorie laten zien. Met als kers op de taart de Milky Way die een licht pad door de zwarte nacht straalt.

Het heelal voelt immens.

Precies vijf jaar geleden op deze dag verbleef ik in het Isimangaliso park in Zuid-Afrika.
Ik was net zes dagen daarvoor aangekomen in Durban met een zeilboot. We hadden de haven van Le Port op het eiland La Reunion een week daarvoor verlaten.

Ergens in die week, in het midden van de nacht in het midden van de Oceaan, schrok ik wakker.

Ik had de wacht.

Het maanlicht zorgde ervoor dat er een mooie glans over het water verscheen. Ver van alles en iedereen.
Zo klein.
Zo kwetsbaar daar op de Oceaan.
Tegelijkertijd zo vredig.
Niets deed ertoe. Ik had m’n haar al een week niet gewassen. En een echte douche was net zo lang geleden.
Ik ging even op het bankje liggen, zodat ik m’n nek kon ontlasten van het staren naar de hemel.

Langer dan 15 minuten kan ik niet geslapen hebben. Het stoom komt uit de oren van de kapitein, nadat hij me betrapt had. Hij stuurde me als een klein kind naar bed. Slapen ten tijde van je wacht is uit den boze. Helemaal op stukken als die waar we toen zeilden, waar veel vrachtverkeer passeert. Ik had mezelf en hem in gevaar gebracht.

Ik kijk om me heen. Hier op het Dwingelerveld is niemand te bekennen. Net als toen die nacht vijf jaar geleden. De maan laat zich echter nog niet zien. Dat deed hij toen wel. Misschien komt hij zo nog wel.