Het was al bijna schemer toen ik op het bordje ging zitten dat in de richting van het mekelermeer wees.
De koekoek hoorde ik in de verte.
Een zwerm ganzen liet luid van zich horen, zoekend naar een landingsplek bij het watertje.
Ik wist dat dit paadje een tijdje geleden was aangelegd, maar had hem nog niet bewandeld.
Nu was het tijd.
Tijd om een, voor mij, nieuw pad te verkennen.
Dus tilde ik m’n billen van het bordje en volgde het pad dat door het heideveld en over vroegere landerijen kronkelde.
Aangelegd.
Afgezet met waar je wel en niet mag lopen.
Aangekomen bij de middenraai werd ik over een vee roosters en langs afrasteringen geleid.
Gek eigenlijk, dacht ik, dat we als vee over de weg geleid worden naar de andere kant.
We zijn als mens behoorlijk boven de natuur buiten onszelf gaan staan.
En daarmee onze eigen natuur verlatend.
Die weg terug naar m’n eigen natuur ervaar ik soms als behoorlijk.
Behoorlijk pittig.
Behoorlijk lang.
Behoorlijk behoorlijk.
“De koninklijke weg om jezelf ten diepste te leren kennen zijn je projecties doorprikken,” galmt de stem van mijn docent Karen vaak in mij na.
Als je erin zit heb je het niet echt door,
Maar als de projectiebubbel door is geprikt dan is het weer even helder.
Hoe lang een trigger onbewust in je reist en je oude pijn naar buiten projecteert, nadat er op een knopje is gedrukt.
Zowel positieve als negatieve projecties.
Het is zo geniepig.
Dit nieuwe pad moest ik wel bewandelen,
om een andere kijk op mezelf te krijgen,
om te zien hoe ik mezelf gevangen houdt in oude pijn,
in een trigger die voor de zoveelste keer was afgegaan.
Op de dag zelf had ik het nog door ook,
dat er iets ouds was aangeraakt.
Ik heb er over kunnen praten, de geraaktheid toe kunnen laten.
Ik dacht dat het daarmee klaar was en had de verandering in m’n eigen energie, beweging en uitten die in de weken daarop volgden niet in de smiezen.
Totdat het me bij de kladden greep en me op m’n knieën bracht.
En ik de uitnodiging voelde om dit nieuwe pad te verkennen.
Om iets heel ouds los te laten.
Iets wat in mijn binnenwereld leefde en ik in de buitenwereld projecteerde.
In de verte zag ik drie reetjes.
Op 500 meter afstand ongeveer.
Ik stond stil om de film te aanschouwen.
Ze renden achter elkaar aan.
Even stil staan,
wachten op elkaar,
spelend elkaar weer ontmoeten,
en door.
De voorstelling duurde een minuut of tien denk ik voordat ze uit beeld verdwenen, de bosjes in.
Toen ik door wilde lopen sprong een haas uit het struikje waar ik voor stond.
Ah, daar was ik weer,
Het inzicht kwam.
Precies op dat moment,
Terug in mijn lijf,
een heldere blik.
Op een nieuw pad.
Een aangelegd pad,
vanwaaruit ik mijn eigen pad weer vond.
Weer een stukje dichter bij mijn eigen natuur.
De projectie was doorgeprikt
en liet me landen in een nieuwe laag in mezelf.


