Vorige maand gingen we met vrienden naar de première van een nieuwe voorstelling in het Shakespearetheater in Diever.
Vooraf samen eten.
Zij hadden die middag de eerste cantharellen van het seizoen gevonden in het bos.
Die lagen diezelfde avond op ons bord.
Ik had er nog nooit van gehoord.
Net als de boskip, die ik eerder die week bij hen had gegeten, en diezelfde avond door mijn vriend thuis ook geserveerd werd, waren de cantharellen een nieuwe ervaring.
Paddenstoelen en zwammen in het bos zoeken om die vervolgens zelf te bereiden en op te eten: er is wederom een wereld voor me opengegaan.
Grappig vind ik dat.
Dat er zoveel werelden zijn om in te duiken.
Iedere hobby, sport, werkveld of bezigheid is een wereld op zich.
Met een eigen taaltje.
Een groepje mensen die zich verbonden voelt door dezelfde interesse.
Ze delen een bepaalde visie; een manier van kijken.
Die nieuwe manier van kijken in deze, voor mij, nieuwe paddenstoelen realiteit ervaar ik als verslavend.
Man, ik kan niet meer fatsoenlijk door het bos lopen!
Mijn ogen scannen de hele tijd de grond en bomen af op zoek naar eetbare lekkernijen.
Tijdens de reis met de huifkar vonden we vooral kostgangerboleten.
Daar hebben we lekker van zitten smikkelen en smullen onderweg.
Voor andere paddenstoelen was het toen nog een beetje vroeg in het seizoen.
Inmiddels heb ik zelf ook een zwavelzwam, a.k.a. boskip, gevonden.
Een ouwe taaie weliswaar, maar blijkbaar zit ik al wel op die frequentie.
Dat is dan weer zo’n dingetje waar die bospaddenstoelenzoekers het over hebben onderling: bepaalde zwammen en paddenstoelen laten zich alleen aan je zien als je je kunt afstemmen op hun frequentie.
….
Oké
….
Nu het weer wat vochtiger is ervaar ik de waarheid van “als paddenstoelen uit de grond schieten”.
Na een regenbui geeft het bos een overvloed aan boleten, stinkzwammen met hun duivelseieren, eekhoorntjesbrood, parasolzwammen en ook de eerste cantharellen heb ik gevonden.
Die frequentie heb ik blijkbaar dus ook bereikt.
Dat schijnt nogal een dingetje te zijn.
Cantharellen vinden.
Ze ruiken naar perziken.
Zijn zeer smaakvol.
Groeien ieder jaar op dezelfde plek.
En als je zo’n plekje hebt gevonden dan zeg je dat dus tegen niemand.
Zodat je ze lekker voor jezelf kunt houden.
Ieder jaar weer.
Nu ben ik de beroerdste niet en nog lerende in dit nieuwe wereldje, dus: “mijn” cantharellen plekje vind je in boswachterij Gees.
Een beetje in de richting van Anne de Vries hoek.
Onder een eikenboom op een vijfsprong.
Als je de juiste frequentie te pakken hebt dan zie je ze wel.

