Zodra ze mijn autodeur opendoet gaat haar blik naar de achterbank voor een inspectie.
“Jouw auto is ruim gemaakt,” zegt ze opgetogen.
“Het is hier toch altijd opgeruimd,” zeg ik ondeugend, inschattend naar wat haar antwoord zal zijn.
“Neeeeeee,” schreeuwt ze hard, “jij hebt altijd rommel,”
“Dat is perspectief Noor,” zeg ik serieus, “ik zie alleen maar spullen.”
“Nee, rommel,” blijft ze bij haar standpunt.
Haar zusje zwaait ons net zo lang na totdat we uit zicht zijn.
Bij het zwembad stappen we uit om ons naar de kleedkamers te haastten om haar klaar te maken voor zwemles.
“Wat een kwebbelkont die Thijs, hé,” zegt een moeder tegen haar dochter.
Mijn nichtje wiebelt op mijn schoot, terwijl we de bel afwachten die aangeeft dat de kinderen naar het zwembad mogen.
Terwijl het meisje naast ons haar knalrode badpakje aantrekt staat Thijs, ik geloof een jaar of drie, op te scheppen over hoe zijn vader weleens in Rotterdam is geweest. En dat hij daar met drie auto’s tegelijk naartoe was gereden.
Mooi hoe zo’n kinderbrein werkt.
Ik kan me het gezicht van juf Askes nog herinneren toen ik op een maandagochtend op de kleuterschool in het kringgesprek vertelde dat mijn vader drie piemels heeft.
Zo gaat dat blijkbaar.
Je ziet iets.
Je maakt er iets van.
En voor je het weet is het waar.
Zo zie ik een lekkere schnitzel als ik parasolzwammen vind.
Ervaar ik een dood dier op mijn pad als een waardevolle aanwijzing.
En is rommel voor mij vaak gewoon een spoor van leven.
Hoe wij God zien is een directe weerspiegeling van hoe wij onszelf zien. Als God ons vooral angst en schuld inboezemt, betekent dat dat er te veel angst en schuld in ons is opgeweld. Als we God zien als vol liefde en mededogen, dan zijn wij dat ook..
Regel 01 uit 40 regels van Liefde
