Maandagochtend reden we achter elkaar aan langs de middenraai.
In de berm zie ik een dode eend liggen.
Even dacht ik “stop”.
De remlichten van zijn bus voor me, lichten op.
Ik glimlach, want hij doet het.
Allebei rijden we achteruit, tot aan de eend.
Ze is nog warm.
Alleen haar snavel heeft wat bloed.
Hij waaiert haar prachtige vleugels uit die verschillende tonen bruin en paars laten zien.
Daar is het mij om te doen.
En hij heeft andere plannen met haar.
Hij legt haar achterin zijn bus.
Even later zoek ik naar de betekenis van “eend” in een symbolenboek.
“eend staat voor de liefde voor kennis van diepe geheimen”.
En op het internet lees ik ook een spirituele betekenis van eend: “vertrouwen, evenwicht en warmte, contact met je emoties, vruchtbaarheid en welstand, emotionele sterkte en rust, bescherming, instinct, moederschap, gratie en troost”.
Nog weer later lopen we het hekje door, over het bruggetje, over de sloot, het Mantingerveld op in de richting van zijn bus die we aan de andere kant hebben geparkeerd.
We volgen de paden.
“Dat paadje heb ik nog nooit genomen,” zeg ik wijzend naar een onduidelijk kronkelend paadje.
Het is een klein slingerpaadje waarvan ik verwacht dat het overgaat in plassen water.
Voor hem is het een uitnodiging om dat paadje dan juist te nemen.
Ik volg, terwijl er iets in mij zegt “dat eindigt met natte voeten”.
Op het Mantingerveld mag je je eigen pad creëren.
Vrij wandelen.
We komen langs verschillende zijpaden die we links laten liggen.
Belanden in een drassig graslandschap.
Zie je wel!
We lopen terug.
Lopen ons eigen pad.
Komen uit op het hoofdpad.
We komen langs de ouwe Den. Ik leg m’n gezicht even tegen haar aan.
Haar dikke sierlijke kronkelende takken zoeken hun weg en één ervan gaat recht de grond in.
Ruim honderd jaar moet ze zijn.
Als kind speelde ik bij de ouwe Den.
M’n broer speelde oorlogje met z’n vriendjes op de heide.
Ze bouwden ondergrondse hutten.
Boomhutten.
En dan ging ik mee.
Toen had ik nog niet door hoe bijzonder mooi deze plek is.
Toen, wilde ik alleen maar weg.
En nu is dat weer anders.
Nu ben ik liever hier.
Wat voelt dat vrij om het mezelf te gunnen om te veranderen.
Om van links naar rechts te bewegen.
Ruimte nemend om het leven te onderzoeken.
En dan uitkomen bij m’n roots.
Mooi hoe het leven werk.
Wanneer ik aan het einde van de middag bij hem de keuken binnen stap ligt het symbool van de liefde voor kennis van diepe geheimen op het aanrecht.
Klaar om gemarineerd te worden.
Klaar om de oven in te gaan.

