Gebrek aan discipline is geen karaktertrek die sommige mensen nu eenmaal hebben en waar anderen op de bank blijven liggen met chips en goede bedoelingen. Voor mij is dat een te makkelijke uitleg. En in dit artikel zet ik daarom uiteen hoe ik daar naar kijk.
Vanuit Jungiaans perspectief gaat discipline namelijk veel dieper. Discipline gaat over de verhouding tussen je bewuste keuzes en de onderstroom in jou. Over het deel in jou dat weet wat goed voor je is, en het deel dat ondertussen weg wil, uitstelt, saboteert, alles ingewikkeld maakt of steeds opnieuw begint.
Veel mensen denken dat ze een disciplineprobleem hebben, terwijl ze veel vaker loyaal zijn aan oude angsten, bewijsdrang en het vermijden van afwijzing. Energetisch zijn ze trouw aan het kind in hen dat hoopt dat iemand anders de vorm wel zal aanbrengen.
Discipline is echter de vraag: kan ik bij mezelf blijven als mijn oude patroon harder aan me trekt dan mijn verlangen?
Discipline is vormkracht
Discipline wordt vaak verward met hardheid. Met jezelf streng toespreken, schema’s maken, jezelf corrigeren en doorgaan wanneer alles in je lijf nee zegt. Soms lijkt dat volwassen, maar vaak is het dwangmatigheid vermomd in een nette jas.
Werkelijke discipline heeft een andere kwaliteit. Ze brengt vorm aan en helpt je om dat wat in jou leeft ook werkelijk handen en voeten te geven. Zonder discipline blijft een verlangen een mooi innerlijk beeld. Iets waar je over praat, over voelt, over droomt, waar je misschien zelfs beelden bij krijgt, en dat ondertussen geen plek krijgt in de werkelijkheid.
En dat is voor de meesten pijnlijker dan we willen toegeven. Want een verlangen dat niet geleefd wordt, beweegt in de onderstroom verder en kan veranderen in onrust, irritatie, jaloezie, vermoeidheid of cynisme. Je kunt daardoor innerlijk verdeeld raken.
Discipline zou je kunnen zien als de brug tussen wat je weet en wat je doet.
Waar een gebrek aan discipline ontstaat
Een gebrek aan discipline begint vaak vroeg; bij het wel of niet leren dat het leven grenzen heeft.
Een kind wordt geboren in een soort eenheid waar de wereld beweegt wanneer het iets wil; het huilt en er komt voeding en het reikt uit en er komt nabijheid.
Beetje bij beetje heeft het kind te leren dat de wereld niet samenvalt met zijn behoefte. Dat wachten prima is en dat niet iets meteen hoeft te gebeuren. Zo ontdekt het kind dat frustratie niet levensbedreigend is en verlangen richting nodig heeft. In het proces van volwassen worden zijn dit lessen die het ‘ik’ te leren heeft.
Wanneer er echter te weinig gezonde begrenzing is geweest, blijft iemand innerlijk zoeken naar een buitenwereld die meebeweegt. Wanneer er te veel harde begrenzing is geweest, kan discipline later voelen als straf. Dan roept elke structuur verzet op. In beide gevallen raakt de natuurlijke verhouding zoek.
De volwassene zegt dan: “Ik heb gewoon meer discipline nodig.”
De onderstroom zegt: “Ik heb nog niet geleerd hoe ik mezelf draag.”
In het artikel bestemmingsverslaving deel ik hier meer over
De kinderlijke hoop dat het vanzelf goed komt
In veel volwassenen leeft een jong deel dat wacht: op het juiste moment, de juiste energie, de juiste partner, de juiste bedding of de juiste fase waarin alles vanzelf helder wordt.
Dat jonge deel kan zich heel spiritueel vermommen; “Ik vertrouw op de flow.” “Als het klopt, dan gaat het vanzelf.” “Mijn systeem is er nog niet klaar voor.” Soms is dat waar. En soms is het een elegante manier om uit de werkelijkheid te blijven.
De werkelijkheid vraagt namelijk iets heel onromantisch. Een telefoontje plegen. Een tekst afronden. Een aanbod herhalen. Je financiële situatie onder ogen zien. Een grens trekken. Dezelfde keuze opnieuw maken, ook wanneer de eerste gloed verdwenen is.
Een kind leeft in mogelijkheid. Een volwassene leeft in keuze.
Gebrek aan discipline stopt op het moment dat je niet meer wacht tot het leven jou optilt, en begint te handelen alsof jouw verlangen ook jouw verantwoordelijkheid is.
Gebonden energie lijkt vaak op luiheid
Veel mensen noemen zichzelf lui, terwijl er onder de oppervlakte iets heel anders speelt. Ze zijn moe van innerlijke strijd. Moe van steeds voelen wat ze wel willen en zich tegelijk onveilig voelen in het maken van een beweging. Moe van beginnen, twijfelen, vergelijken, afremmen, opnieuw analyseren en uiteindelijk niets doen.
Dan lijkt het alsof er een gebrek aan discipline is, terwijl in werkelijkheid de energie vast zit.
- Een deel wil zichtbaar worden. Een ander deel is bang voor oordeel.
- Een deel wil geld verdienen. Een ander deel is loyaal aan schaarste.
- Een deel wil liefde ontvangen. Een ander deel vertrouwt nabijheid niet.
- Een deel wil bouwen. Een ander deel blijft hopen dat vrijheid betekent dat je nergens aan vastzit.
Dat kost ongelofelijk veel kracht. Van buiten ziet het eruit als uitstelgedrag. Van binnen probeert een systeem zichzelf te beschermen tegen oude pijn.
De vraag die je jezelf wilt stellen op zo’n moment is: “Welk deel van mij heeft er belang bij dat ik klein blijf?”
Veel daadkracht, weinig resultaat
Sommige mensen lijken allesbehalve ongedisciplineerd. Ze doen veel; nemen besluiten, starten projecten, volgen opleidingen, maken plannen. Ze zijn goed in starten. Bij hen geen gebrek aan discipline.
Van buiten lijkt dat daadkracht. Van binnen kan het een vlucht zijn.
Er is dan veel beweging en weinig richting.
Veel inzet en weinig belichaming.
Veel beginnen en weinig blijven.
De energie wordt gebruikt om spanning kwijt te raken, niet om iets tot rijping te brengen.
Dit zie je ook bij perfectionisme. De perfectionist lijkt gedisciplineerd, want die werkt hard. Toch wordt er vaak weinig werkelijk afgerond. Alles moet eerst kloppen, of beter of meer doorvoelt en uiteraard is er altijd een aanpassing die echt eerst nog moet gebeuren.
Perfectionisme beschermt tegen het moment waarop iets de wereld in moet. Want zodra iets zichtbaar wordt, kan het ontvangen worden. En dus ook afgewezen. En daarmee brengt het je vaak ook bij een wond: een kwetsbaar deel in jou dat aandacht vraagt.
Dan legt het “gebrek aan discipline” eigenlijk bloot dat je draagkracht nog niet stevig is.
Lees meer over perfectionisme doorbreken.
Versnippering en weerstand
Elk werkelijk verlangen kent een fase waarin de eerste glans verdwijnt. In het begin is er inspiratie en voel je richting en zie je mogelijkheden. Een plan om het anders te doen is vervolgens snel gemaakt.
Dan komt de saaie fase van herhaling. Deze fase kan behoorlijk taai zijn, want directe resultaten blijven vaak uit en twijfel neemt toe. Je kunt er dan ook op vertrouwen dat er veel dagen zullen zijn dat je geen zin hebt.
In deze fase wordt duidelijk of je verlangen werkelijk gedragen wordt door een volwassen keuze. Veel mensen haken daaraf onder het mom van intuïtie; “Het voelt niet meer kloppend.” Dat kan, maar wat ik vaker zie is dat het een vorm van weerstand is die niet aangegaan wordt.
Een verlangen heeft bedding nodig: tijd, oefening, grenzen en aandacht. Iets kan pas vrucht dragen wanneer je lang genoeg blijft om de vrucht te laten ontstaan.
Wie telkens opnieuw begint, hoeft nooit te ontdekken wat er gebeurt als iets blijft.
In het artikel Peter Pan Syndroom ga ik hier dieper op in.
Ritme als natuurlijke discipline
De meest dragende vorm van discipline is vaak ritme.
Ritme haalt je uit de willekeur. Een vast schrijfmoment. Een vaste dag voor administratie. Een vast moment waarop je het huis schoonmaakt. Een vaste wandeling. Een vaste plek waar je terugkeert naar jezelf. Dat lijkt simpel en daardoor wordt het ook vaak onderschat.
Ritme geeft het volwassen ik iets om op terug te vallen wanneer de stemming wisselt. Want stemming wisselt altijd. De ene dag voel je je krachtig, de andere dag voel je je klein. De ene week stroomt alles, de volgende week twijfel je aan je bestaansrecht.
Zonder ritme wordt elke innerlijke beweging een reden om opnieuw te onderhandelen.
Met ritme hoeft niet alles steeds gevoeld, begrepen en opgelost te worden voordat je handelt. Want je komt opdagen en volgt je ritme. Zo bouw je zelfvertrouwen op, want je maakt jezelf mee als iemand die blijft.
Wanneer discipline tegen je werkt
Er bestaat ook discipline die je verder van jezelf af brengt. Dan lijkt er geen gebrek aan discipline, want deze mensen bouwen al jarenlang aan een leven dat van buiten klopt, maar van binnen leeg voelt.
Ze houden dan wel vol, doen wat gedaan moet worden en halen daardoor doelen. Dit zijn betrouwbare mensen die goed functioneren en door de buitenwereld als sterk gezien worden.
Tegelijkertijd wordt het vanbinnen vaak steeds iets stiller.
Deze vorm van discipline komt vaak voort uit bewijsdrang, uit angst om door de mand te vallen (impostersyndroom), een mechanisme dat in werking treedt vanuit een overtuiging dat rust verdient moet worden of dat je sterk moet zijn en dus door moet gaan. Discipline heeft dan geen vormkracht meer, maar is een manier geworden om niet te hoeven voelen dat je ergens van afgedwaald bent.
Ook doorzetten kan een vermijding zijn. Je kunt heel gedisciplineerd blijven in een relatie, werkvorm of identiteit die allang niet meer klopt. Je kunt trouw lijken, terwijl je vooral bang bent voor de leegte die ontstaat wanneer je stopt.
Daarom vraagt discipline om eerlijkheid.
Waar ben ik werkelijk loyaal aan?
Aan mijn ziel, of aan mijn overleving?
De vraag waaraan je loyaal bent
De vraag is dus niet alleen hoe je meer discipline krijgt. Die vraag is te klein.
De grotere vraag is: waar lekt mijn loyaliteit naartoe?
Ben je loyaal aan je verlangen, of aan de angst dat mensen je te veel vinden? Ben je trouw aan je richting, of aan het oude verhaal dat geld altijd onzeker blijft? Ben je trouw aan liefde, of aan het patroon waarin nabijheid onrust oproept? Ben je trouw aan je werkelijke plek, of aan de gewoonte om jezelf kleiner te maken zodat niemand zich bedreigd voelt?
Discipline ontstaat wanneer je deze vragen naar gedrag vertaalt.
Dat betekent dat je soms iets doet terwijl je zenuwstelsel nog protesteert. Bijvoorbeeld een grens stellen, terwijl je je daar schuldig over voelt of dat je bij een keuze blijft waar een jonger deel van jou liever bij weg beweegt.
Op deze manier wordt discipline een dagelijkse belichaming van loyaliteit aan je volwassen zelf.
Van inzicht naar gedrag
Veel bewuste mensen verzamelen inzicht. Ze weten waar hun patronen vandaan komen. Ze kunnen hun familiesysteem lezen. Ze herkennen hun schaduw. Ze voelen precies waar iets in hun lijf geraakt wordt.
En toch verandert er maar weinig in hun ervaring van de buitenwereld.
Inzicht kan dan een schuilplaats zijn geworden, want zolang je blijft onderzoeken hoef je nog niet te handelen.
Als je blijft hangen in het duiden van de symbolen op je pad en je eigen gedrag dan hoef je de prijs nog niet te betalen die gemoeid gaat met daadwerkelijke gedragsverandering. Een andere valkuil die ik veel zie is blijven voelen wat er gebeurt en daarmee de keuze van wat je daarmee gaat doen uitstellen.
Maar de onderstroom wil niet alleen gezien worden. Vanuit daar wil het leven een (andere) vorm aannemen.
De praktische vertaling is meestal kleiner dan het hoofd wil geloven en gaat over het maken van één keuze of het voeren van één gesprek, één besluit nemen of één ding afronden.
Discipline groeit via bewijs. Daarmee doel ik niet op iets bewijzen aan iemand anders, maar bewijs leveren aan jezelf.
Elke keer dat je doet wat klopt, terwijl het oude patroon trekt, krijgt je volwassen ik meer gezag.
Discipline als zelfliefde
Discipline is in haar meest zuivere vorm liefde. Liefde voor wat door jou heen geleefd wil worden. Liefde voor de vorm die je leven wil aannemen. Liefde voor het deel van jou dat allang weet dat vrijblijvende mogelijkheid niet genoeg is.
Je kunt een leven lang gevoelig zijn voor je roeping en tegelijk vermijden wat die roeping van je vraagt. Dat is misschien wel de eerlijkste pijn. We lijden niet alleen onder wat we denken dat ons is aangedaan. We lijden vooral onder wat we zelf blijven uitstellen.
Discipline vraagt dat je stopt met jezelf verlaten op de momenten waarop het spannend wordt. En dan vooral in de kleine dingen; dat je afspraken met jezelf nakomt bijvoorbeeld.
Verlangen zonder discipline blijft iets waar je naar kijkt.
Discipline maakt het tot iets waar je in gaat staan.


