Ik graaf om de redenen te vinden.
Om de problemen van m’n gebroken hart op te lossen.
En de antwoorden zal ik vinden als ik maar diep genoeg ga.
Als ik weet waarom het is gebeurd zal het misschien wel niet meer gebeuren.
En als ik het beginpunt weet te vinden dan kan ik het tot een einde brengen.
Wanneer ik het antwoord op ‘waarom’ weet, dan kan ik rust vinden.
Dan kan ik m’n schep opbergen.
Maar tot die tijd blijf ik graven tot ik niet meer kan.
Dwars door mijn angst en pijn heen, tot ik de zachtheid van mijn kern weer voel.
Om daar een glimp van mezelf te ontmoeten.
Een stem de fluistert: “ik ben het. Je hebt het allemaal gedaan en ik ben trots op je, maar weet je? Al dat graven gaat je gebroken hart niet lijmen. Soms heb je te graven om met je pijn om te gaan, maar er komt een moment dat het enige wat je nog kunt doen is voelen.”
En toen ineens…
…naja, eigenlijk was ik al heel lang naar dit moment aan het toewerken…
…was die spark weer terug.
Mijn heilig vuur.
Dat kon ontvlammen toen het graven stopte.
Toen weg bewegen van het leven transformeerde naar aanwezig kunnen zijn bij het leven.
