Je plek innemen is niet iets wat je één keer doet.
Het is iedere keer weer het huis uitgaan om thuis te kunnen komen.
En telkens kom je rijker, voller en wijzer terug.
Kun je die plek met meer bezieling bewonen.
Waarachtiger innemen.
Als ik naar mezelf kijk dan ben ik uit de startblokken voordat het startsein is gegeven.
Wanneer m’n sacraal “ja” zegt, ga ik van m’n plek.
Het bracht me de wereld over.
Maakte dat ik voor mezelf ging werken.
Zo belande ik ook bij een sjamaan in Colombia voor een kopje ayahuasca thee.
En zo gemakkelijk bracht het me weer in Nederland na 10 jaar buitenland avonturen.
Het is m’n kracht om gehoor te geven aan de oproep tot avontuur.
Het levert veel op: levenservaring, innerlijke groei en een krachtige verbinding met mijn kern.
De andere kant van het spectrum is dat het vraagt om loslaten van situaties, mensen en (schijn)zekerheden.
Je plek verlaten en innemen zie ik als een avontuur en experiment.
Het kan niet fout gaan.
Het levert een resultaat op waarmee een volgende stap gezet kan worden.
Een stap naar m’n plek waarachtig innemen en bewonen.
Springen op hoop van zegen is daarmee getransformeerd naar springen vanuit gegrond vertrouwen.
Maar er komt altijd een crisis.
Een moment waarop dat vertrouwen uitgedaagd wordt.
Je hart volgen is op z’n allerminst gezegd een pretty proces.
Het komt met onrust, twijfel en tranen.
Holy Cow, wat heb ik gedaan?
Wat dacht ik?
Oja, ik heb er niet over nagedacht…
Niet echt.
Het daagt yin kwaliteiten uit om uit haar voegen te groeien:
Kunnen zijn in niet-weten.
Durven wachten.
Mild zijn voor jezelf.
En toch telkens weer de moed vinden om naar het vertrouwen te bewegen.
In jezelf.
In het leven.
In de sprong.
Iets in mij zou willen dat het de norm is.
Je plek verlaten om hem in te kunnen nemen.
Om te kunnen voelen dat het klopt.
In plaats van in het hoofd te analyseren, nuanceren, rationaliseren of je goed staat.
Wie in mij is dat toch?
De rebel?
De idealist?
Mijn authentieke zelf?


