“Je kunt jezelf niet uit het moeras trekken,” zei hij toen we samen door Groningen liepen op een van de laatste dagen van 2025.
Het zinnetje nam ik mee in de dagen die volgden.
Ik kreeg er beeld bij.
Hoe je alleen nog maar verder wegzakt wanneer je stappen probeert te zetten.
Wanneer je vanuit paniek bewegingen maakt zak je dieper weg.
Maar ik zag ook hoe je, als iemand je een hand toereikt, die ander mee kunt trekken het moeras in.
Als die ander niet stevig staat.
Een paar dagen later, op de allerlaatste dag van 2025, wanneer ik een rondje ooievaarsnest loop, zie ik op de bevroren heidegrond iets liggen wat m’n aandacht trekt.
Wanneer ik dichterbij kom wordt het me duidelijk dat het een haas is.
Ogen wijd open.
De opruimdienst was nog niet geweest.
Komt die wel wanneer het vriest?
Het leek alsof hij nog maar net zijn laatste adem had uitgeblazen.
Er was geen bloed, hij leek onaangetast.
Alsof het systeem van de haas, in z’n sprong, bij het horen van vuurwerk, er van schrik mee was gestopt.
Symbolisch gezien zag ik mijn strategie om vanuit ‘schrik’ in beweging te komen; te sprinten, regelen, bijsturen, voor me liggen.
Haas laat me zien dat het mechanisme in me sterft.
Mag sterven.
In het moeras brengt wilskracht je namelijk niet vooruit, maar omlaag.
En staan we niet allemaal in het moeras?
Het moeras van onbewuste mechanismen, patronen en overtuigingen?
Het was nog vroeg in de ochtend.
En niet veel eerder was ik wakker geworden met een droom die me had laten ervaren hoe het is wanneer ik met het leven mee doe dat zich aan het ontvouwen is.
Om toe te voegen aan iets dat al werkt.
In plaats van zelf initiëren.
Mechanismen worden onbewust zo geniepig getriggerd.
Ook wanneer ze al zo vaak bewust zijn gemaakt.
Ik heb de stevige uitreiking aangenomen en het verder wegzakken in het moeras maar achter gelaten in 2025.
Zodat ik in 2026 mee kan bewegen.
