De eerste vorst is geweest.
De boerenkool kan geoogst worden.
Het kruikje gaat ’s avonds mee naar bed.
Je hoeft er niets voor te doen.
Je wordt gewoon wakker in de winter.
Daarna in de lente, de zomer en vervolgens is het weer herfst.
Ik hoef me er niet tegenaan te bemoeien.
En dat maakt dat ik me afvraag waarom ik zo m’n best doe.
Om ergens naartoe te bewegen.
In mezelf
Mijn werk.
Het leven.
Gaat het niet gewoon vanzelf?
Met geduld.
Zijn.
Maar zonder een gezonde stoot naar buiten…
…zonder ontwikkeling…
…zonder het mannelijke…
…zonder de lente en de zomer…
…wat is zijn dan?
In mij voel ik de uitnodiging om stil te vallen.
Zodat de ontwikkeling van dit jaar daadwerkelijk in mij kan landen.
Het is iedere keer weer wennen aan de overgang.
Het schudt me door mekaar.
Om vanuit beweging te vertragen.
En straks weer in beweging te komen.
En ik leer ook houden van het proces.
Van de dans tussen polariteiten.
En het meebewegen op de seizoenen.
Dus welkom winter.
Welkom verstilling.
Welkom stamppot boerenkool.
