Door het raam zie ik het zwarte schaap, vlakbij de bosrand, in de wei grazen.
De zon is net achter de bomen gezakt.
De lucht is gelaagd in kleuren.
Diep blauwe wolken, bijna paars.
Licht blauwe lucht met ook witte wolken.
Een oranje gloed als backdrop van het decor.
Ik heb lang niet altijd geduld voor een bad.
Maar afgelopen vrijdagavond lonkte het.
Hij was weg.
De tuin had ik uitvoerig besproeid.
Vorige week zondag had ik de zaailingen prei uitgezet.
De Nieuw Zeelandse spinazie en pompoenen ook.
Er was weer wat ruimte doordat de aardappels waren gerooid.
Die ruimte was echter snel gevuld.
En nu was er echt geen plek meer voor nog meer plantjes en stekjes.
Nog wel had ik snel een paar kievitsbonen in de grond gedrukt, tussen de bataten.
Benieuwd wat daarvan gaat worden.
Met dit warme weer is het een hele organisatie om de boel iedere avond hun drinken uit te serveren.
M’n voeten zijn er behoorlijk zwart van.
Dus in bad.
Weken.
Schrobben.
Even schiet het door m’n hoofd of ik misschien toch niet nog een plekje kan creëren voor meer sla.
Als ik rechtop in bad ga zitten zie ik net een hoekje van de tuin.
De verschillende kleuren gele en oranje bloemen van de Oost-indische kers springen eruit.
Nee, beslis ik, niet nog meer sla.
Ik pak mn boek en zak weer onderuit.
Kopje thee erbij.
Het is goed zo.
