Je plek innemen kan klinken alsof je harder je best moet doen en geforceerd nu eindelijk eens de beweging maken die je al zo lang wil maken.
Was het maar zo simpel.
Je plek innemen begint namelijk niet aan de buitenkant, maar daar waar je jezelf hebt verlaten.
Vanuit onze prille jeugd hebben we allemaal patronen ontwikkeld en zijn er overtuigingen geïnstalleerd die je plek afhankelijk hebben gemaakt van jezelf aanpassen. Denk bijvoorbeeld aan de rust bewaren, niet te veel vragen, jezelf niet overschreeuwen, niet lastig zijn, de ander voor laten gaan.
Het lijkt allemaal zo volwassen, sociaal en verstandig, maar de werkelijkheid is dat je daardoor op een plek terecht bent gekomen van waaruit je leven niet werkelijk van jou kan worden.
Je functioneert dat wel, maar ergens onderweg ben jij niet meer degene die in het midden van je eigen leven staat.
In dit artikel neem ik je mee in wat je plek innemen betekent vanuit een systemisch perspectief.
De plek die je ooit kreeg
Iedereen begint ergens; in een gezin, een familie, een dorp, een cultuur, een verhaal. Daar krijg je naast een naam ook een plaats.
Oudste kind, jongste kind, redder, zorgenkind, sterke, verstandige, stille, buitenstaander, bemiddelaar.
Vaak wordt die plek niet hardop uitgesproken, maar is deze wel heel voelbaar in energie. Je weet wanneer je te veel bent, wanneer je beter je mond kunt houden, wanneer de sfeer kantelt.
Als kind noem je dat liefde, veiligheid of normaal en vind je het vanzelfsprekend. Maar veel van wat jij als “zo ben ik nu eenmaal” beschouwt, is ooit een overlevingsbeweging geweest.
De vraag is of die beweging je in je volwassen leven nog steeds dient. Want je kunt niet werkelijk je plek innemen zolang je nog trouw bent aan een rol die je klein houdt.
Wat je lichaam eerder weet dan je hoofd
Je hoofd kan lang volhouden dat het allemaal wel meevalt. Je begrijpt je familie inmiddels en misschien heb je je ouders wel vergeven en weet je ook waar hun patronen in zijn geworteld. Maar begrijpen is nog niet hetzelfde als vrij zijn. Dat merk je pas in het dagelijks leven: je zegt ja terwijl je nee voelt. Je voelt schuld zodra je voor jezelf kiest. Je wordt boos op iemand die ruimte inneemt. Je idealiseert mensen die vrij lijken te leven.
Of je raakt buitenproportioneel geïrriteerd door iemand die precies doet wat jij jezelf niet toestaat.
Herkenbaar? Fijn, want dat is je ingang naar je plek.
Het leven wijst je dan op dat wat je nog buiten jezelf legt en terug mag nemen, zodat je zelf meer op je plek kunt staan.
Je plek innemen vraagt projecties terugnemen
Zolang je niet ziet wat je buiten jezelf hebt neergelegd, blijf je afhankelijk van de buitenwereld.
Dan moet je partner veranderen voordat jij kunt ontspannen.
Of je ouders moeten erkennen wat er gebeurd is voordat jij verder kunt.
Klanten/kinderen/vrienden/collega’s moeten je geven wat je te kort bent gekomen in je opvoeding.
Dit noemen we projectie en kan je behoorlijk gevangenhouden.
Projectie maakt de ander drager van wat er onbewust in jou leeft. Soms zijn dat negatieve aspecten, soms ook positief. In beide gevallen zijn het echter energielekken.
Je plek innemen betekent dat je die energie terughaalt, zodat je jezelf niet langer hoeft uit te besteden.
De valse plek van verantwoordelijkheid
Een van de meest hardnekkige schijnplekken is verantwoordelijkheid dragen voor wat niet van jou is. Dat kan er heel liefdevol uitzien. Voorbeelden hiervan zijn:
- Zeggen dat je innerlijk werk doet voor je kinderen
- Je doet er alles aan dat een ander zich niet afgewezen voelt
- Je voelt in op de pijn van de ander en beweegt er vervolgens omheen
Deze vorm van zorgzaamheid leidt ertoe dat je jezelf niet prioriteert en dat is niet wat je ouders voor jou in gedachten hadden of het voorbeeld dat jij je kinderen wilt geven.
Lijkt me.
Wanneer je daadwerkelijk jouw plek inneemt vraagt het van je om onderscheid te maken tussen betrokkenheid en iets voor de ander te gaan dragen. Je kunt gewoon naast iemand staan, zonder diens proces te dragen. Het vraagt van je om te leren dat je ook lief kunt hebben zonder jezelf beschikbaar te stellen als de oplossing.
De plek van het kind en de plek van de volwassene
In een familiesysteem blijft het kind altijd kind. Ook wanneer je ouder wordt, ondernemer bent, moeder wordt of zelf mensen begeleidt. Je wordt niet groter dan je ouders. Je hoeft hen niet te redden, te dragen, te corrigeren of alsnog op te voeden.
Dat klinkt simpel, maar juist daar zit vaak veel verzet. Want wanneer je als kind emotioneel te veel hebt gedragen, kan loslaten als verraad voelen. Stel jezelf eens de vraag wie je bent als jij niet meer degene bent die begrijpt, de boel redt, bemiddelt of alles bij elkaar houdt?
Daar ligt de beweging naar je plek.
Wat betekent je plek innemen?
In je keuzes wordt zichtbaar in welke mate jij je plek inneemt.
Dat gaat voorbij aan grote gebaren en gebeurt in de alledaagse kleine keuzes.
- Kun je de boel de boel laten, zodat je eens ontspannen op de bank een boek kunt lezen bijvoorbeeld?
- Sta je jezelf toe om te kiezen voor kwaliteit, ook wanneer goedkoop of praktisch verstandiger lijkt?
- Gun je het jezelf om tijd, geld en aandacht te besteden aan wat jou voedt, zonder dat je daar eerst een sluitende verantwoording voor hoeft te hebben?
- Durf je nee te zeggen tegen iets wat op papier logisch is, maar vanbinnen niet klopt?
- Kun je rust nemen voordat je uitgeput bent?
- Kun je iets laten ontstaan zonder het meteen nuttig, meetbaar of verkoopbaar te maken?
In het beantwoorden van deze vragen wordt zichtbaar of je werkelijk op je eigen plek staat.
Het verschil tussen innemen en opeisen
Opeisen en innemen zijn twee verschillende dingen. Opeisen komt vaak voort uit een oude wond. Dan moet de wereld alsnog erkennen wat jij hebt gemist. Je stem wordt harder, je grenzen worden muren, je zelfstandigheid wordt verzet.
Dat kan een noodzakelijke tussenfase zijn, maar laat het niet je eindpunt zijn.
Werkelijk je plek innemen heeft minder theater nodig en is veel stiller en steviger.
Wanneer je op je plek staat hoef je jezelf niet steeds uit te leggen en hoef je jouw bestaansrecht niet te verdedigen. Je vertrekt wanneer je je niet meer in de juiste ruimte bevindt.
Dat kan pijnlijk zijn voor mensen die gewend waren aan hoe je je altijd aanpaste. Laat dat een teken zijn dat je oude systeem zich opnieuw wil ordenen.
De innerlijke ordening
Je plek innemen is veel meer een innerlijke beweging dan de plek waar je je in de buitenwereld bevindt.
Het ego wordt niet verder opgeblazen, maar wordt wel steviger. Het kan impulsen, emoties en oude patronen waarnemen zonder er meteen door bestuurd te worden.
Dat is een wezenlijk verschil.
Je voelt schuld, maar onderzoekt of die schuld werkelijk van jou is.
Je voelt angst, maar laat angst niet automatisch beslissen.
Je voelt verlangen, maar maakt er geen vlucht van.
Je ziet je schaduw, maar valt er niet mee samen.
Daar ontstaat een innerlijke as; je binnenwereld en buitenwereld raken minder gespleten. Wat je weet, wat je voelt en wat je doet, komen dichter bij elkaar te liggen.
Dan ontstaat er gezag van binnenuit; je draagt jezelf.
Je plek innemen ook als het ongemakkelijk is
Ik hoop dat als je tot hier hebt gelezen dat het duidelijk is dat je plek innemen niet gaat over loskomen van je familie, je verleden of je oude patronen.
Het gaat veel meer over terugnemen wat van jou is, teruggeven wat niet van jou is en gaan leven met wat dan overblijft.
Dat is vaak eenvoudiger dan je denkt en confronterender dan je hoopt.
Want zonder oude rol valt er van alles weg:
- Geen drama om je nuttig in te voelen
- Geen schuld om je aan vast te houden
- Geen buitenwereld die eerst toestemming moet geven
De vraag “wat wil er via mij geleefd worden’ krijgt meer ruimte.
En het antwoord wordt luider naarmate jij die ruimte vult.


