De ervaring van afgelopen winter wordt bepaald door mijn stemming van het moment.
Toen ik er in januari middenin zat leek de winter traag aan me voorbij te kruipen.
Nu de dagen lengen en de zon krachtiger schijnt lijken de korte donkere dagen als een vingerknip aan me voorbij te zijn gegaan.
Het bruist en het borrelt in mij.
Er wil iets tot bloei komen.
Tot leven.
Stralen.
Woorden kan ik er nog niet aan geven, het is meer een gevoel dat de afgelopen weken opbouwend in mij meereist.
En er is ruimte, want de afgelopen maanden heb ik losgelaten.
Of nou ja, als ik heel eerlijk ben zit ik nog steeds in het loslaat proces.
Ik zou er zo graag al willen zijn dat ik vergeet dat het loslaten van oude stukken een gelaagd proces is.
Twee stappen vooruit om vervolgens toch weer even een stapje terug te zetten.
Weer even door de modder kruipen om een innerlijke draak te verslinden.
De lente herinnert me eraan dat het ook speels en leuk mag zijn: het stervensproces.
Juist omdat dit proces met de belofte van nieuw leven komt.
Net zoals de lente op de winter volgt.
Het is voorspelbaar.
Ben ik er ontvankelijk voor?
Hetgeen in mij geboren wil worden?
Kan ik me inmiddels wat meer openen voor hetgeen ik in de wieg ben gelegd?
En dan voorbij de eenzijdige identificatie met het werk dat ik doe.
De maskers in mijn kast reiken verder dan mijn baan.
Mijn praktijk is een uiting van hetgeen waarvoor ik als ziel deze ronde naar het aardse bestaan ben gekomen.
Het is niet de reden.
Waarvoor ben ik dan wel gekomen?
Wat in mij wil zichtbaar worden na het afleggen van oude stukjes Janneke?
Wat wil in mij of door mij geboren worden?
De lente komt met de belofte van nieuw leven.
En ik ben er klaar voor!

