Lang verzette ik me tegen mijn vrouwenlijn.
En daarmee tegen mijn eigen vrouw-zijn.
Maar de afgelopen jaren heb ik de vrouwen in de generaties voor mij leren kennen.
Mijn oud grootmoeder Jantje werd geboren in november 1807.
Ze was het zusje van Neeltje die 4,5 jaar ouder was.
De zoon van Neeltje trouwde met de dochter van Jantje.
En in september 1838 werd daaruit mijn oud-grootmoeder Annigje geboren.
Vijf generaties voor mij.
De tweede van vier en zelf werd ze moeder van 8.
Eigenlijk hebben maar 2 van die 8 een voltooid leven gehad.
Haar dochter Neeltje, mijn betovergrootmoeder, behoorde niet tot die twee.
Zij is het vierde kind van die 8 en schonk in haar 59 levensjaren het leven aan zeven kinderen.
De derde, mijn overgrootmoeder Niesje, werd 72.
En de jongste is de oudste geworden. Iets van in de 80 geloof ik.
De andere vijf kinderen zijn voor altijd kind gebleven.
Mijn oma Jannie is kind vier, de derde dochter, van oma Niesje.
Haar vader, mijn overgrootvader, overleed toen oma zes jaar was.
Dat was in juli 1936.
Net voor de oorlog.
Overgrootmoeder Niesje bleef achter met 6 kinderen, de jongste 9 maanden.
15 gulden kreeg ze iedere week van de diaken om eten te kopen.
Ze moest wel bonnetjes kunnen overleggen van wat ze precies had gekocht.
Als het onnodige producten waren dan werd ze daarop aangesproken.
Mijn oma groeide op in armoede.
Ik ontdekte de weerslag die dat op haar heeft gehad.
Mijn moeder, derde van drie, vernoemde mij naar haar.
Net zoals zij vernoemd was naar de moeder van haar moeder.
Ik ben een zevende generatie in een lijn met moeders die hun best hebben gedaan de generatie na hun een basis voor een goed leven te bieden.
Vrouwen die hun mannetje moesten staan.
Sommigen omdat hun man er niet meer was.
Anderen, omdat overgave aan het verdriet om hun verloren kinderen weggestopt moest worden en de mouwen opgestroopt, zodat het hoofd boven water bleef voor de kinderen die hun wel overleefden.
In het verkennen van mijn vrouwenlijn heb ik delen van hun verhalen en imprints ontdekt, maar ook hun lessen over veerkracht, liefde en doorzettingsvermogen.
Ieder van hen leeft een stukje voort in mij.
Dat blijf ik een bijzondere gedachte vinden.


