Ik ervaar het als een hele reis om terug naar mijn natuurlijke ritme te keren.
Agenda’s, sociale verwachtingen, smartphones, streamingdiensten.
Ik ben niet bestand tegen de trekkracht hiervan.
Tegelijkertijd is het in deze tijdsgeest ook bijna ondenkbaar om niet mee te bewegen op het tempo van de buitenwereld.
Dat terwijl je geworteld voelen alles te maken heeft met ritme.
Je natuurlijke ritme is namelijk de bedding waarin lichaam, geest en ziel elkaar kunnen vinden.
Het brengt je terug in de beweging van het leven zelf.
Het gaat voorbij aan structuur en laat je landen in vertrouwen; alles heeft immers een tijd en plek.
Als je durft te vertrouwen op het ritme kun je gronden.
Uit het hoofd, in het lijf.
In Jungiaanse termen is ritme de brug tussen bewustzijn en het onbewuste: het maakt individuatie mogelijk, omdat het je terugbrengt naar je natuurlijke cyclus van ervaren, verwerken en vernieuwen.
Gezien hoe we de buitenwereld met z’n allen hebben ingericht moeten we oppassen dat de natuurlijke ritmes in ons niet verdwijnen.
Als we verder doorslaan op het huidige pad raken we mijns inziens echt goed ontworteld.
De maan wordt steeds meer mijn leermeester.
Haar vrouwelijke ritme is een kompas om m’n eigen ritme te vinden.
Mijn eigen tijd.
Maar ook de seizoenen.
Eten met de seizoenen.
Leven met de seizoenen.
Geen wekker meer zetten, en dan in de winter mee bewegen door later op te staan en vroeger m’n bed in te duiken om vervolgens in de zomer met de merels te ontwaken en met het ondergaan van de zon het bed weer in te duiken.
Het begint allemaal met vertragen en verstillen; je natuurlijke ritme vinden.
Om te gaan van de tijd beheersen, naar haar volgen.
En de beweging maken van iets moeten “worden” naar gewoon “zijn”.
