We vertrokken bevoorraad met appeltaart van de appels uit de achtertuin, zelfgemaakte pesto en pompoen spread en de oogst uit de moestuin.
We kwamen thuis met zwavelzwam en hekseneieren van de stinkzwam. Voor cantharellen en eekhoorntjesbrood was het blijkbaar nog te vroeg in het seizoen.
Iedere dag was de inzet van de herfst meer voelbaar.
Niet alleen in wat op het menu stond.
Ook het verkleuren van de bladeren aan de bomen kondigden de laatste zomerdagen aan. De wind en dalende temperaturen maakten de herfst ook voelbaar.
“Slapen jullie daarin,” is een vraag die de afgelopen weken vaak voorbijkwam.
Het kampje dat we iedere middag opzetten met vloerkleden, vachtjes en kussentjes verschoof van buiten in het gras naar binnen als dagbed. En dan de volgende dag toch nog weer lekker buiten in het zonnetje.
Het daglicht ging over in kaarslicht. Hoewel, de meeste avonden gingen we met de kippen op stok.
Alleen in het weekend stonden we op de camping bij de boswachter en hadden we bezoekjes van vrienden. Alle andere dagen zochten we een plekje in “het wild”.
De vele plaspapiertjes die we overal tegenkwamen deden me afvragen wiens afdruk groter is: die van de wildplassende wandelaar of die van zelfvoorzienend wildkamperen.
Hemelsbreed zijn we zo’n 40 kilometer van huis geweest.
En toch was het alsof ik me in een andere wereld bevond.
Misschien wel een andere frequentie.
“Ja, we slapen in de huifkar,” glimlachten we dan terug.
Leuke gesprekken, duimpjes omhoog en blije gezichten kregen we als reactie.
Nu een paar dagen thuis mis ik het.
Het nomadenleven.
Langzaam leven.
Bewegen met de elementen.
Niet veel nodig hebben.
Tegelijkertijd is m’n hart gevuld met dankbaarheid voor de ervaring.
En vanuit m’n Zijn ervaar ik een bruisende energiestroom aan inspiratie.
De vakantie is weer voorbij, maar mijn innerlijke nomade reist verder.


