Op de ene laag heb ik ze uitgekozen.
Op een andere gaven ze mij het leven.
En daarnaast nog zoveel meer.
Ik groeide op met veel ruimte.
In en om het huis.
Een moestuin.
Een halve speeltuin op het erf.
En achter het weiland, een achtertuin van bos en heide.
Met de basisschool veilig naast de deur.
De liefde voor dieren; honden, katten, konijnen, kippen.
En dan de rest nog, van wat ik me ervan kan herinneren, sowieso wandelende takken.
De koeien van ome Jan in onze wei.
Op m’n 16e maakten ze het mogelijk voor mij om een jaarlang naar Amerika te gaan als uitwisselingsstudent.
Geen goedkoop jaar, helemaal nu kan ik dat zien.
De inkt van de scheidingspapieren was nog niet eens droog.
Toch ben ik zonder studieschulden het volwassen leven in gestapt.
En heb ik het proces van vallen en opstaan altijd een stevige achtervang gehad.
Dat was wat het mogelijk voor mij maakte om risico’s te nemen.
De sprong te wagen.
Keer op keer.
In mijn proces om mezelf te leren kennen heb ik oorzaak gevolg blootgelegd.
Patronen en overtuigingen waar ik vanaf wilde bracht me bij het ontstaan ervan.
En daarmee kwam, en kom, ik iedere keer weer bij deze twee mensen uit.
En de oneindig veel voorouders die achter ze staan.
Inmiddels zie ik ook mijn talenten en kwaliteiten.
En ook deze vinden hun oorsprong in de twee meest invloedrijke mensen in mijn leven.
Zonder hen was ik nooit zo vrij geweest om mijn eigen pad te gaan.
Nooit zo nieuwsgierig naar het onbekende.
Nooit zo geworteld in aarde en natuur.
Ze gaven me veiligheid en de ruimte om die te verlaten.
Hun fundament maakte dat ik durfde te zoeken, te dwalen, te vallen.
En telkens weer op te staan.
Ik zie nu dat mijn leven, mijn werk, mijn liefde, allemaal verder bouwen is op hun begin.
Dit is een ode die nooit af is, omdat ik er elke dag opnieuw de vruchten van pluk.
En steeds dieper voel: wat ik in de wereld zet, draag ik dankzij hen.
