Hoe hard ik ook m’n best doe, de winde, brandnetel en melde komen iedere keer weer terug.
Net als kleefkruid, de smalle weegbree en ander onkruid die ik het jaar daarvoor vol goede moed te lijf ben gegaan.
Het eerste jaar van moestuinieren ging ik vol in de verdediging.
Mijn vriend stond lachend toe te kijken, omdat ik niet wist wat ik nu wel weet.
In het tweede jaar dacht ik het wat losser te laten, maar zodra de boel op kwam begon er toch iets in mij onrustig te worden.
Iedere winde die op kwam ging eraan en driftig trok ik toch alles eruit wat ging woekeren.
Gaandeweg het seizoen verzachte er iets; de brandnetel mocht rondom het takkenbos bestaan, zodat er genoeg was om te oogsten voor thee.
Melde mocht z’n plek innemen, zodat we er salade en soep van kunnen maken.
En nu, in het derde jaar, voel ik de mechanismen wederom in mij opkomen.
Maar ik weet nu ook hoe onmisbaar het onkruid is voor de bijen die sinds vorig zomer in hun bijenkassen ook in de tuin wonen.
Voor de vlinders die de tuin levendig maken zijn brandnetels, distels en andere onkruid van levensbelang.
En voor mij, ik leer ermee werken in plaats van ertegen.
Wat dat betreft is de tuin een grote leermeester voor mij.
Waar ik me vroeger irriteerde aan het kleine meisje in mij dat iedere keer om aandacht vroeg wanneer ik druk met andere dingen was, begrijp ik nu veel beter dat ze niet weggaat. En dat ze iedere keer als onkruid op zal komen als ik niet met haar leer werken.
Weglopen als het moeilijk wordt is me niet onbekend. Maar de tuin is er gewoon ieder jaar weer. Ervoor weglopen maakt mijn leven alleen maar zwaarder. De tuin wacht gewoon tot ik weer terugkom. En daarmee ook het onkruid. Net als mijn triggers trouwens ook wachten om aangeraakt te worden.
Hardnekkige patronen vergelijk ik met de winde.
Ze komen iedere keer weer op.
Daar reken ik inmiddels op.
Dus waarom niet ruimte maken voor wat toch wel bovenkomt.
Zo verschrikkelijk zijn de witte bloemen ook niet, ik kan ervan genieten als ik ruimte voor ze creëer. Net zoals die hardnekkige patronen ook best van pas kunnen komen, als ik ze op het juiste moment inzet.
De tuin is voor mij een manier om niet alleen te begrijpen, maar zelfinzicht ook te laten landen in mijn lijf. Zodat het werkelijk kan landen en mijn realiteit ook mee kan bewegen.
De hel is in het hier en nu. De hemel ook. Hou op je zorgen te maken over de hel of te dromen over de hemel, want ze zijn beide aanwezig in dit moment. Telkens als we verliefd worden, stijgen we op naar de hemel. Elke keer dat we iemand haten, benijden of bestrijden, tuimelen we recht in het vuur van de hel.
Regel 24 uit 40 regels van Liefde


