Ons kent ons

‘Ga jij maar eerst,’ roept de man die aan de andere kant van het bruggetje staat. ‘Vooruit,’ roep ik naar Lola die meteen in beweging komt. ‘Dankje,’ zeg ik tegen de vreemde met een bekend gezicht.

We lopen het industrieterrein over en gaan langs een gebouw naar achteren. Richting het platteland. Een vrachtwagentje met een lege palletkar komt ons achterop. We wachten in de berm tot hij ons voorbij rijdt. Jacquelines vader steekt zijn hand op en lacht.

De palletkar is favoriet bij m’n neefje. Dat is de binding die ik met de vriendelijke palletman heb. We zijn allebei dol op Mees. Voor de rest van ons leven zijn de inmiddels niet meer zo vreemde man en ik met elkaar verbonden. Zijn dochter. Mijn broer. Onze Mees.

Wanneer we bij Siberië aankomen twijfelt Lola, in afwachting of we rechtdoor gaan of nu eindelijke weer eens linksaf.

Het wordt links, de langste route.

Het straatje waar Erwin en Evelien eerder dit jaar zijn gaan wonen laten we links liggen. We struinen door de bosjes en komen bij het Amerikaans uitziende huis. De kwispie van Lola gaat enthousiast van links naar rechts. Daar wonen Elvis en Jessie. Haar hondenvriendjes. Tot grote teleurstelling van Lolie slaan we echter rechtsaf. De Haarweg op. De weg waar we over 5,5 kilometer onze eindbestemming treffen. Dat betekent dat we over de helft zijn van de wandeling.

“Kerstbomen te koop bij Koopman” staat op het bordje links van ons. Rechts van ons worden we door een 45km autootje ingehaald met achter het stuur een man die warempel op de Kerstman lijkt.

Voorbij de Golfbaan van Geerst fiets meneer Post ons achterop; ‘moi’ roept’ie.
‘Moi,” zeg ik terug.
Een stukje Mantingerveld en dan de oversteek van de Hoogeveense weg. Trippel, trappel, trippel trap, klinken de Lolavoetjes op het afvalt.

Snel duiken we de bosjes in achter het oude munitiekamp. Twee mountainbikers passeren in Jan Zomer sien bossie.
Het huis van Nieuwesteijn.
Herwijnen.
Strijker.
En dan het bungalowpark.
Lola wil linksaf naar Anita.
We gaan rechts.

De laatste meters.
De volkstuintjes op rechts, de oude fietsenmaker op links.
Nog minder dan 100 meter naar onze eindbestemming.
De oprit op. De hoek om. De deur door.
Lekkerrrrr, pepernoten!
‘Hoi, pap!’