De zon staat vandaag weer recht boven de evenaar.
Daarmee is het officieel herfst.
Een moment om te oogsten.
Letterlijk, want ik heb de afgelopen weken de aardappelen gerooid.
De tomaten, bietjes en uien hebben de komende weken mijn aandacht.
De innerlijke oogst van afgelopen zomer is in ieder geval groots.
Het leven beweegt nog meer naar eenvoud.
Nog meer naar vertraging en verstilling.
Niet dat het altijd van een leiendakje gaat hoor.
Maar m’n omgeving erop inrichten helpt.
Zoals het houden van een moestuin.
Met m’n handen in de aarde.
Hier zijn.
Met de seizoenen meebewegen.
De reis met de huifkar was een hoogtepunt deze zomer.
Gewoon in m’n directe omgeving op vakantie.
Niet veel nodig hebben.
Niet veel willen.
Langzaam de wereld aan me voorbij zien trekken.
Meebewegen op wat zich aandient.
Op weg naar Odoorn paste de huifkar niet onder de brug door.
Odoorn was blijkbaar niet de bedoeling.
Dus gingen we de andere kant toch op.
Doodlopend padje ingeslagen,
Dan zetten we het kamp hier toch op.
Het doosje eieren dat op de grond viel bepaalde dat we een omelet aten.
En die ouwe trekker, die het laatste stukje niet meer wilde, zorgde ervoor dat we liftend en lopend de laatste negen kilometer naar huis aflegden.
Ik voel steeds meer dat ik echt leef.
Dat ik me minder laat leven.
De zomer heeft me eraan herinnert.
Aan het volle leven dat ervaren wordt in het zuiden, in de zomer.
Het is de “meemaak-afdeling” op het medicijnwiel.
En met het vallen van de blaadjes en het dalen van de temperatuur is het tijd om de oogst te nemen en mee te bewegen op het ritme van de seizoenen.
Naar het westen.
De herfst.
Het is tijd om de koers naar binnen in te zetten.

