Parende slakken

“Kijk dat zijn parende slakken,” zegt Jolien wijzend naar een boom. We hebben mooi de tijd voor een vroege ochtendwandeling vandaag. Jolien hoeft pas laat op school te zijn en ik vertrek rond de middag naar Utrecht.

Ze is biologielerares op een middelbare school. Dat betekent dat ik de beschikking heb over een persoonlijke guide tijdens onze gezamenlijke wandelingen. Wat overigens een hele andere dimensie aan een wandeling geeft. Helemaal op plekken die je heel goed kent. Zoals het Mantingerzand waar we nu lopen.

Samen wandelen wordt ineens heel educatief ofzo.

Net zagen we nog goudhaantjes. Nog nooit van gehoord! Het is het kleinste broedvogeltje in Europa blijkbaar. En hij laat zich niet zo gemakkelijk zien. Wij zagen er net wel een stuk of 3, 4! Het vogeltje weegt minder dan een blokje kaas en heeft een geel streepje op z’n koppie.

We zijn allebei opgegroeid op deze plek. In dezelfde jaren en toch niet samen.

Het Mantingerzand is voor mij een plek waar ik met mijn broer en Benjamin oorlogje speelde. Waar we ondergrondse hutten bouwden. En boomhutten. Of gewoon; een hut.

Voor Jolien is dit een plek waar ze met haar paard reed. Waar ze zich aan het dorp kon onttrekken.

Nu staan we samen op deze plek, waar voor ons beide een schat aan herinneringen liggen, naar parende slakken te kijken. “Z’n piemel zit in z’n hoofd, kijk, zie je het!” Ik kijk met ogen tot spleetjes geknepen om de boel eens goed te bekijken. “Kijk, en dat is slakken sperma,” wijst m’n guide naar een wit kwakje wat in de bubbel van de seksende slakken zit. “Oh ja,” zeg ik terwijl ik m’n neus optrek.

“Kom, laten we gaan. Dit duurt nog wel ff,” zegt Jolien, “het zijn tenslotte slakken.”