’s Ochtends word ik gewekt door merels die, zodra het een beetje licht wordt, ontwaken en de nieuwe dag bezingen.
Het is een fijne manier om wakker te worden en tegen het warme lijf naast me aan te kruipen om daarmee het echte ontwaken nog heel eventjes uit te stellen.
De ochtend.
De lente.
Een nieuw begin.
Wanneer ik een rondje ooievaarsnest loop zie ik dat ze weer thuis zijn.
Een maand geleden zag ik ze al.
Maar nu lijken ze hun nest ook weer echt te bewonen.
Voor m’n gevoel zijn ze maar heel kort weggeweest.
Naar de vuilnisbulten in Spanje of West-Afrika.
Dat is waar ze volgens Google overwinteren.
De peultjes heb ik twee weken geleden voor gezaaid en staan in de voorkamer voor het raam.
De courgette en afrikaantjes volgen vandaag.
Komende week poot ik de aardappelen in het stukje tuin waarvan ik een paar weken geleden het gras heb weggespit.
Ik probeer toch dit jaar ook wat rode ui te zaaien.
Afgelopen jaar was de oogst van de uien maar mager.
Piepkleine uitjes.
Misschien was juli ook wel veel te laat om ze te zaaien.
Of stonden ze niet op de juiste plek?
Dit jaar komen ze in ieder geval bij de aardappelen op een nieuw stukje moestuin.
Het buiten leven roept.
Het leven roept.
Rommelmarkt bezoekjes komen weer op gang.
Laatst kocht ik er een platenspeler en een versterker.
En dan bij de kringloop boxen en een kastje om de boel in en op weg te zetten.
Vervolgens weer wegkruipen bij de warme kachel, want het is toch ook nog best fris.
Dan is het nog wel goed vertoeven binnenshuis met de vrolijke geluiden van Billy Vaughn!
Het is een langzame beweging die van binnen naar buiten.
Een voorzichtig ontwaken, net als de peultjes op de vensterbank die nog volop in het ontkiemingsproces zitten.
En met de wisseling tussen een stralend zonnetje en lichte vorst lijkt de winter nog aarzelend achterom te kijken, voordat het haar exit maakt.
Ik merk dat ik aan het genieten ben van die stille belofte van wat komen gaat.
Van de lente.
Het nieuwe leven!

