Treinen

Met het verkeerde been als laatste stap ik uit bed. De dag begint goed. Veel tijd heb ik echter niet. Een leven zonder wekker is als je ’s ochtends met de trein reist wellicht niet de meest slimme zet.

Ik stap op de fiets. Het miezert. Kom op, ik ben toch niet van suiker!? Geen auto, dus; door weer en wind.

Bibberend sta ik op het station te wachten. Eigenlijk is het niet koud. Toch bibber ik. Gewoon, omdat het bij een Nederlandse herfstdag hoort.

Wanneer de trein aankomt gaan alle mondkapjes op. Ik schuifel achter een oude kleine dame de trein in. Het is zo’n Sprinter. Geen tafeltje dus. De stoelen zijn ook wat oncomfortabeler.

De conducteur komt langs. Hij zegt iedereen oprecht opgewekt gedag. Je moet er maar zin in hebben, elke dag zoveel mensen. Thuiswerken is voor hem geen optie. Zin of geen zin; kaartjes knippen.

Het Nederlandse landschap trekt aan me voorbij. Windmolens, weiden die zich opdelen door sloten, bossen of achterlangsweggetjes. Langzaam en dan steeds sneller volgt er meer beton. Karakteristieke huizen. Een kerk. FireZone pompstation. Boni supermarkt. Zwolle. We zijn er, het eerste station.

Wanneer de trein weer vertrekt, trekt tankstation BP aan me voorbij. De snelweg. Het kanaal. Ouders met kinderen op de fiets. Een bakfiets. Een ligfiets. Electrische fietsen. Opoefietsen. Ook een scoot mobiel. Bomen met groene bladeren gaan over in bomen met gele bladeren en bomen zonder bladeren. De huizen worden minder karakteristiek. De volkstuinen liggen er verlaten bij. Fietsers en auto’s wachten totdat we voorbij zijn. De trein heeft altijd voorrang.

Een grijze wolkendeken bedekt de blauwe lucht. De zon kan er niet doorheen breken. De velden met zonnepanelen lijken nutteloos. We zoeven weer langs het platteland. Weilanden met koeien. Zwanen. Hier en daar een huis. Schapen. Een ooievaar stijgt op. In de verte zie ik een haas het hazenpad nemen.

Station Wijhe. Olst. Deventer. Zutphen. Dieren. Arnhem Centraal. Weer overstappen. Nog één station. De trein komt tot stilstand in Wageningen. Louke staat me al op te wachten. De zon breekt door. De dag kan nu echt beginnen!