Om kwart over vijf moest ik plassen.
Er kwam een plasje uit waarvan ik me afvroeg of het nou echt nodig was om daar wakker voor te worden.
Terug in bed wonnen mijn gedachten het van m’n nog slapende lijf.
Welkom PMS, zei ik lichtelijk gefrustreerd.
Een uurtje later gaf ik me gewonnen.
Uit de veren.
Mezelf organiseren voor de dag.
Ik zette koers naar de ooievaars.
Met m’n snoet in de frisse ochtend lucht.
Toen ik het bruggetje over was en het hekje door voelde ik een tegendraadse energie.
De andere kant op.
Even niet zoals ik het meestal doe.
Dus liep ik langs de holen van het dassenvolk.
Het was nog vroeg en ergens hoopte ik iets van een teken van ze te krijgen.
De zon scheen al en in de lucht werd het leven zichtbaar.
Insecten en beestjes zwermden rond.
Vogels lieten luid en duidelijk van zich horen.
Geen das.
Toen ik bij de ijsbaan aan kwam ging ik op een bankje zitten.
Een bankje waar ik nog nooit op had gezeten.
Zo tegendraads voelde ik me.
Een laagje damp was zichtbaar, net boven de oppervlakte van het water.
Ik sloot m’n ogen.
Handen in een ontvangend gebaar.
Het kikkerconcert op de achtergrond vulde het gezang van de vogels harmonieus aan.
Welkom PMS reciteerde ik.
Even later opende ik m’n ogen en keek ik om me heen.
De omgeving kwam binnen.
De sereniteit van de bomen.
Het water.
De dieren.
Ik liet m’n PMS-klachten achter bij het bankje en liep verder.
In de richting van de ooievaars.
Bijna daar aangekomen liet een valse gans zich vanuit een den horen.
Hij vloog weg toen ik naderde.
Een tweede volgde.
Ik keek op naar het ooievaarsnest en zag er één op één poot staan en meende een inwendige “tuterdetuut” te horen vanuit het nest, als reactie op het valse gesnater van de gans.
Terug thuis zette ik de fabeltjeskrant op en kwam erachter dat het niet juffrouw ooievaar was, maar Truus de mier die “tuterdetuut” zei.
Dat Truus geen muis, maar een mier was, is ook nieuwe informatie voor me.
Met de jaren vervagen herinneringen blijkbaar net zo stilletjes als de das bij daglicht.
Gelukkig weet Truus de mier tenminste nog wie ze is.

