Terwijl je dit leest mag je wel op mijn voeten staan, zodat ik niet op je tenen kan trappen.
En als ik iets schrijf wat je niet aanstaat, laat het me weten.
Ik heb vele maskers en ik kan gemakkelijk wisselen en me aan je aanpassen.
Dus als je me te luid vindt, dan kan ik me wel wat meer terugtrekken.
Vind je me te warm, dan koel ik toch een beetje af.
Ben ik te roekeloos, dan doe ik wel even wat voorzichtiger.
En als je me te direct vindt, dan kan ik er ook wel wat meer omheen draaien hoor.
Ik kan alles zijn wat je wilt.
Precies zoals jij dat graag ziet.
Tot ik op een punt kom en het leven me breekt.
Dat m’n lijf zich zo miskent voelt dat het schreeuwt van pijn.
Om eindelijk aandacht te krijgen.
Dat m’n werk me zo leegzuigt dat ik op een dag niet meer kan doen alsof het me nog raakt,
zodat ik me eindelijk af kan zetten om te ontdekken waar ik levensvreugde van krijg.
Dat ik iedere keer zo overhoop lig in relaties,
En dat die situaties in feite mijn eigen innerlijke onrust spiegelt.
Pas dan stel je de vraag; maar wacht eens even, wie ben ik?
Welk masker ben ik nu eigenlijk echt?
Hoe moet ik verder?
Maar die maskers afzetten gaat nog niet zo gemakkelijk.
De angst dat de persoon onder al die maskers niet meer aanwezig is, is groot.
Wat wilde ik eigenlijk voordat het me uitmaakte wat jij van me dacht?
De realiteit is dat je jezelf niet kwijtraakt door je maskers af te zetten, maar door ze te blijven dragen.
Dus als je toch gaat breken, doe het dan niet pas wanneer het leven het afdwingt.
Eigenlijk is het als muziek die je de hele dag op de achtergrond laat aanstaan.
Zodat je niet naar jezelf hoeft te luisteren.
Natuurlijk voel je het ongemak wel, maar die wordt overstemd door het volgende nummer, en de volgende.
Tot je het geluid eindelijk afzet en je overgeeft aan de stilte en de vraag niet meer ontwijkt.
Wat wil ik eigenlijk?
Dat is hoe je opnieuw begint.
