Ik dacht dus dat ik er al was.
Waar dat “was” dan precies is kan ik geen woorden meer aangeven.
Het doet er ook niet toe, want ik ben er niet.
En die les, die heb ik al zo vaak gehad.
Vermoeiend.
Een les over het loslaten van gehechtheid aan er zijn.
Ik ben er niet.
Ik ben er nooit.
Tegelijkertijd ben ik er áltijd.
In ieder geval precies waar ik wezen moet.
Ik zeg het zo vaak tegen anderen dat ik soms vergeet dat die vlieger ook voor mij opgaat.
Het leven is in beweging.
Het stroomt.
Het stokt.
Het kabbelt.
De onderstroom beweegt onzichtbaar mee.
Zonder dat ik het door heb.
Soms zwem ik tegen de stroom in.
Dan put ik mezelf uit.
En andere keren pak ik die moeiteloze stroom van het leven.
Dat is het moment dat het voelt alsof ik er ben.
Vervolgens weer golven van emotie die de stroom zachtjes wiegen of overspoelen.
Diep duiken.
Dobberen.
Het is een hele kunst om ermee te zijn.
Soms lijkt het stil
Maar eigenlijk beweegt er altijd wel iets.
Zelf heb ik de neiging om te begrijpen.
En als ik het dan begrijp, dan weet ik het.
Met mijn hoofd.
En dan vergeet ik dat het begrijpen steeds vaker ondergeschikt is aan het innerlijk weten.
En dat is voor mij echt anders dan voelen.
Het voelt wel lekker; nog een aflevering van outlander.
Sjippie erbij.
Lag er nog chocolade in de kast?
Maar dat soort voelen is dan een weg bewegen van waar de stroom me naartoe wil leiden.
Het is dan een beschermingsmechanisme.
En soms is dat ook precies even waar ik mag zijn.
Maar alleen vertrouwen op voelen…
…nee…
Dat gaat voor mij niet op.
En mijn hoofd?
Die denkt dat ik er ben.
Maar ik voel dat ik erbij weg beweeg.
Bij het Zijn.
En mijn Zijn begrijpt dat ik precies ben waar ik wezen moet.

