Vanaf de camping fietsten we in een kwartiertje naar de kust.
Terwijl de zon in de Noordzee zakt mediteren we met de wind in de rug.
Sjaal om.
Jas aan.
Schoenen uit.
Wanneer ik m’n ogen opendoe zie ik hoe het droge fijne zand in wolken naar het water wordt geblazen.
Boven de branding vliegen een paar zeemeeuwen en daaronder zie ik kraaien na iedere kapotgeslagen golf al dat wat aangespoeld is inspecteren.
De reflectie van de zon komt in een straal over het water, recht op mij af.
Terwijl de zon steeds verder naar beneden zakt besluiten we een eindje te wandelen.
Ik zoek schelpjes.
Hij kerft teksten in aangespoelde stukken turf.
We lopen tot we niet verder willen om elkaar uitgebreid te zoenen en rechtsomkeer te maken.
De lucht begint roze en paars te kleuren en de grote ronde bol lijkt ovaal en knal oranje.
Ondanks dat de zon nog niet helemaal onder is, is de wassende maan al een tijdje zichtbaar.
De trekker had ons met nieuwe maan na een half uurtje onderweg te zijn laten staan.
We pakten de spullen over van de huifkar naar de bus en zette koers naar zee.
Die heb je in Drenthe niet.
Diezelfde zon en maan wel.
Maar de beleving daarvan is toch ook weer anders.
Niet meer of minder trouwens.
Wel vanzelfsprekender ofzo…
Met een kapotte trekker voelde ik de uitnodiging om uit m’n vertrouwde omgeving te stappen.
Even iets anders.
Zoute zeelucht.
Meer wind.
Minder voorspelbaarheid.
Hoewel…
…een kapotte trekker hadden we niet op gerekend.
Maar de uitnodiging voor een andere omgeving, die voelde ik wel.
Fijn om ontvankelijk te kunnen zijn voor die uitnodiging.
Voor het onverwachte.
Voor het leven.

